Cor Gordijnsingel 60
2353GJ Leiderdorp
Tel: 071-5417069




|
De weg naar de marathon van Nico: "Lessons learned" |
Sommige loopjes maken nauwelijks indruk en andere loopjes blijven je voor altijd bij. De 30 km van Schoorl behoort tot deze laatste categorie omdat ik er een stuk wijzer van terug ben gekomen.
Even een korte situatieschets. Het is zondag 10 februari, het is prachtig weer en ik bevind me in de Schoorlse duinen. Sinds een goede maand heb ik de knoop doorgehakt om de marathon te lopen, mijn eerste marathon, die van Rotterdam. Ik heb niet altijd even veel tijd om te trainen maar wil wel met een goede tijd voor de dag komen. Waarom een goede tijd en wat is een goede tijd, zijn vragen die ik mezelf niet goed kan beantwoorden. Je loopt toch immers voor jezelf (toch?) en wat ‘goed’ is, is erg relatief! Hoofdzakelijk komt het er voor mij op neer dat het tempo nog wel als sporten moet aanvoelen, oftewel ik moet voldoende ‘weerstand’ voelen en ‘zweet’ is een goed signaal.
Omdat de weersomstandigheden ideaal zijn en ik de week er voor soepeltjes mijn eerste 30 kilometer training heb voltooid, vind ik Schoorl wel een goede test om te kijken waar ik sta. Natuurlijk moet ik er niet te licht over denken, maar vandaag mag de rem er wat af en wil ik in een gelijkmatig tempo een leuke eindtijd neerzetten.
Het lopen gaat van start af goed en het verbaasd me hoe makkelijk ik beduidend sneller loop dan de week er voor. De doorkomsttijden tot 10 kilometer zijn mooi vlak en dit zet me aan het denken en het rekenen. Heb ik inmiddels een basisniveau bereikt waarmee ik wat meer zou mogen durven? In dit tempo kan ik nog 5 minuten sneller lopen dan mijn toch best wel ambitieuze plan!
Het parkoers gaat dieper de duinen in en wordt meer geaccidenteerd. Echter ook de 15 kilometertijd is weer prachtig vlak. Het terrein is nu wel het meest heuvelachtig en het wordt een beetje te veel werken voor halverwege de loop. Ik laat het tempo dus wat zakken, maar vervolgens lijkt elke kilometer erna een strijd te worden. Bij kilometer 17 denk ik er serieus aan om het bij een halve te laten. Een paar kilometer later bij de splitsing van de halve en de 30 kilometer moet ik mezelf toespreken om voor de oorspronkelijk beoogde afstand te gaan. Tijd maakt me helemaal niet meer uit en mijn wedstrijd is nu het uitlopen zonder te hoeven wandelen. De kilometertijden worden steeds langzamer en het is één groot aftellen geblazen. Mijn hoofd staat schuin naar beneden en ik heb nauwelijks oog voor de mooie omgeving. Op zo’n 25 kilometer word ik ingehaald door een oud dametje, op een fiets weliswaar! Bij het passeren, draait ze zich half naar me om en zegt: “kom op, goed de binnenbochtjes pakken”. Ik moet er hardop om lachen, wat een mooie manier om iemand te stimuleren om het maximale uit zichzelf te halen en wat voor indruk moet ik niet op haar hebben gemaakt, maar vooral, wat relativerend!
Deze opmerking blijft me altijd bij en ik hoop er nog veel mensen mee uit een dalletje te kunnen trekken. Maar in Schoorl met name geleerd dat ik geduld moet hebben bij het lange afstandlopen. Het wordt naar maten de kilometers verstrijken vanzelf wel wat ik onder sporten versta. Alleen moet ik bij een marathon dit gevoel juist zo lang mogelijk proberen uit te stellen. Mijn doelstellingen zijn na Schoorl dan ook flink bijgesteld. Ik wil vooral genieten! Van de omgeving, van de mensen aan de kant en als het allemaal niet zo lekker loopt, goed blijven relativeren.
|
|